Geplaatst op 21 mei 2019

Antisemitisme en antizionisme – hoe zit dat?

Neemt antisemitisme in Nederland toe? Is antizionisme antisemitisme – of niet? Als het over Joden, Jodendom en Jodenhaat gaat lopen de emoties al snel op, vooral op internet. Maar wat is antisemitisme eigenlijk? En antizionisme? Een aantal termen op een rijtje.

Door: Tineke de Lange

Wat is antisemitisme?
Antisemitisme is een containerbegrip, waarmee alle vormen van Jodenhaat worden bedoeld, de afkeer van Joden als Joden. Daarbinnen valt te onderscheiden tussen Jodenhaat op grond van etnische, sociale, economische, politieke of religieuze motieven. In het laatste geval spreekt men in christelijke kringen van ‘anti-judaïsme’. Anti-judaïsme is die vorm van Jodenhaat die de religieuze dimensie van het Jodendom bestrijdt. Omdat verschillende motieven en vormen van Jodenhaat meestal samengaan is het onderscheid ertussen relatief.

Waar komt het woord ‘antisemitisme’ vandaan?
De term zelf stamt uit de 19e eeuw en is geïnspireerd door de toenmalige vergelijkende taalwetenschap, die verwante talen indeelde in groepen. Arabisch, Hebreeuws en andere daarmee verwante talen kregen het etiket ‘Semitische talen’ en de sprekers van deze talen, o.a. Arabieren, werden aangeduid als ‘Semitische volken’. ‘Antisemitisme’ als wetenschappelijk aandoende benaming voor ‘Jodenhaat’ werd in 1860 voor het eerst gebruikt. Antisemitisme is eigenlijk een ongelukkige term. In Arabische kringen wordt bijvoorbeeld regelmatig beweerd dat Arabieren geen antisemieten kunnen zijn omdat zijzelf ook ‘Semieten’ zijn. Maar dat is net zoiets als beweren dat Nederlanders geen hekel zouden kunnen hebben aan Engelsen omdat hun talen verwant zijn. Een drogreden dus.

Wat is ‘antizionisme’?
Ook ‘antizionisme’ is een containerbegrip, waarmee in het algemeen het verzet tegen het zionisme wordt aangeduid. Met zionisme wordt de politieke beweging bedoeld die streeft naar een Joods thuisland of een staat voor het Joodse volk in het gebied van het huidige Israël/Palestina, het Bijbelse ‘Land’ oftewel het vroegere ‘Kanaän’. Net als het antisemitisme kan het antizionisme verschillende vormen aannemen en door verschillende motieven gevoed worden. Het kan variëren van het ontkennen van elke vorm van politieke zelfbeschikkingsrecht van het Joodse volk tot geweld tegen de staat Israël. Soms richt het zich dus tegen het concept ‘zionisme’, soms tegen het bestaansrecht van de  staat Israël in zijn huidige vorm.

Zijn antisemitisme en antizionisme hetzelfde?
Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden eerst een stukje geschiedenis. Het streven van de zionistische beweging naar een eigen Joods thuisland of Joodse staat ondervond in het begin veel kritiek, zowel van niet-Joden als van Joden zelf. De weerstand van niet-Joden werd vooral ingegeven door antisemitische vooroordelen. De Joodse kritiek kwam van twee kanten: enerzijds van religieuze Joden die geloofden dat de terugkomst van de Joden naar het land Israël geen mensenwerk kon zijn maar het werk van de door God gezonden Messias, anderzijds van seculiere Joden die streefden naar volledige gelijkberechtiging en participatie van Joden in de (Europese) samenleving. Gaandeweg de 20e eeuw groeide de steun voor het zionisme echter.

Een abrupt breukpunt vormde de Sjoa, de massamoord op de Joden door de nazi’s en het uitroepen van de staat Israël kort daarna. De Sjoa maakte een eind aan het optimisme van seculiere Joden om als gelijkwaardige burgers gezien te worden en aan de tegenstand tegen het zionisme van de meeste religieuze Joden. Voor beide groepen was het bestaan van een eigen staat een voorwaarde om te overleven. Zoals de Nederlands-Joodse publicist Abel Herzberg (1893-1989) het verwoordde: ‘Zonder Israël is elke Jood een ongedekte cheque’.

Is antizionisme dus gelijk aan antisemitisme?
Vanuit historisch perspectief kan dat niet zo gesteld worden. En er zijn nog steeds enkele Joodse splintergroepen die om religieuze redenen tegen de staat Israël zijn. Anderzijds is duidelijk dat de situatie sinds het begin van het zionisme ingrijpend is veranderd. Er is een Joodse staat, en deze wordt gezien als garantie voor het voortbestaan van het Joodse volk. In die zin is antizionisme wel degelijk problematisch, vooral als het  gepaard gaat met allerlei antisemitische stereotypen en vooroordelen. In dat laatste geval is inderdaad  sprake van antisemitisme.

Zijn kritiek op de staat Israël en antizionisme hetzelfde?
Dat is zeker niet automatisch het geval. Op Israël kan, mag (en volgens sommigen: moet) net als op andere staten kritiek geleverd worden. Die kritiek mag fel zijn, zolang deze gaat over de politiek en het beleid van Israël. Waar het om draait is de intentie. Er zijn bijvoorbeeld nogal wat Joden die ongezouten kritiek leveren op Israël omdat ze zich zorgen maken over politieke en sociale ontwikkelingen in de Joodse staat en over het Israëlische beleid ten aanzien van de Palestijnen. Kritiek op Israël mag – ook door niet-Joden. Zolang we voor ogen houden wat de Joodse staat voor Joden betekent, haar niet aanvallen of het bestaansrecht ervan ontkennen en niet vervallen in Jodenhaat en anti-Joodse stereotypen.

Tineke de Lange is beleidsmedewerker van de Katholieke Raad voor het Jodendom en Begeleidingscommissie Jodendom van de Nederlandse Bisschoppenconferentie


Postbus 13049
3507 LA Utrecht
T 030 2326931/2326925
E redactie@katholiekeraadjodendom.nl
zie ook: www.dagvanhetjodendom.nl

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.