Geplaatst op 31 mei 2018

Boeiende publieksmiddag jonge onderzoekers Jodendom

Wat hebben Belgische romantische schilderkunst, de film Anatevka en het Misjna-tractaat Pirke Avot met elkaar gemeen? De publieksmiddag van de Jonge Judaici op 27 mei over ‘Jodendom & gender – verfilmd, geschilderd, beschreven’ bracht sprekers uit verschillende disciplines bij elkaar om te onderzoeken hoe Joodse vrouwen en mannen worden voorgesteld. Dat leverde vanuit het publiek soms pittige vragen op.

Door: Tineke de Lange

De Jonge Judaici zijn een groep jonge onderzoekers op het gebied van joodse studies. De groep is in 2016 opgericht met als doel de joodse studies in Nederland te versterken. Dat doen de Jonge Judaici door het stimuleren van onderlinge samenwerking en organiseren van presentaties voor een breder publiek. Liefst aan de hand van een thematiek die breed leeft, niet alleen binnen de joodse studies.

Zondag beet in de bibliotheek van stichting Pardes kunsthistoricus Davy Depelchin het spits af met een inleiding over Joodse vrouwen en oriëntalisme in de Belgische schilderkunst. In de 19e eeuw waren ook Belgische kunstenaars gegrepen door de internationale belangstelling voor de Oriënt. Zij verwachtten in die landen vrouwelijke modellen te vinden voor hun schilderijen. Dat viel tegen. De enige vrouwen tot wie zij toegang konden krijgen waren de familieleden van hun Joodse gidsen en tolken bij wie zij  thuis uitgenodigd waren. Terug in België werkten de schilders hun schetsen van deze modellen en hun huizen uit tot het stereotype Europese droombeeld van de Oriënt: rijk geklede vrouwen in een omgeving die kan wedijveren met het paleis van de sultan. Alles wat erop wees dat dit Joodse vrouwen waren werd weggepoetst. Zo werden deze Joodse modellen als ‘fantaisies féminines’ deel van de het geconstrueerde beeld van het Oosten dat beantwoordde aan de smaak van de Europese kunstkopers. Het ironische is dat deze 19e-eeuwse Westerse koekblikromantiek het tegenwoordig vooral goed doet bij vermogende Saoedi’s en Qatari’s…

Hierna liet antropoloog Nella van den Brandt zien hoe in films over Joodse thema’s traditie en gender verbeeld worden. De openingsscène van Anatevka (1971) zorgde meteen voor de nodige discussie. Een vreselijk stereotiepe film, vond een aantal aanwezigen, die geen recht doet aan de werkelijkheid van het Joodse leven in het Oost-Europese Joodse stadje, de sjtetl. Het beeld dat vrouwen uitsluitend binnenshuis werkten klopt niet, de handel bijvoorbeeld was juist een vrouwenzaak. Traditie wordt in de film neergezet als iets irrationeels, waarvan de moderne mens vooral bevrijd moet worden. Daartegenover plaatste Van den Brandt het onderzoek van antropoloog Saba Mahmood onder vrouwen in Cairo die binnen de grenzen van hun religie uit hun traditionele rol stappen en taken op zich nemen die traditioneel aan mannen voorbehouden zijn. Ook dit leverde de nodige discussie op, want wat nu als vrouwen hun ‘handelingsruimte’ nemen om onderdrukkende praktijken in stand te houden of te propageren  – zie bijvoorbeeld vrouwenbesnijdenis? Door deze discussie kwam de tweede film over het thema ‘Joodse traditie en gender’ helaas niet meer aan bod.

Judaica Kyra Gerber vertelde over de ‘democratisering’ van het de studie in het jodendom. Wat aanvankelijk een zaak van een kleine elite was werd door de rabbijnen uitgebouwd tot een ideaal voor de Joodse man in het algemeen. De man, want het leerideaal gold niet voor vrouwen, al zijn er binnen (vroeg-) rabbijnse teksten wel enkele vrouwen aan het woord. Beroemd is ook het verhaal over de middeleeuwse rabbijn die met zijn studenten leerde in de kamer waar ‘toevallig’ zijn dochters zaten. Gerber las met de aanwezigen een aantal teksten uit het vroeg-rabbijnse tractaat Pirke Avot, waarin de vraag aan de orde komt of een man moet  leren of werken. Maar wat wordt bedoeld met ‘werken’? Lichamelijke arbeid of  het traditionele ‘goede werken’, de ‘gemiloet chasadim’? Gerber ging uit van het eerste. Het ideaal van het leren, het  bestuderen van de traditie, is in het Jodendom al lang geen mannenzaak meer, zoveel werd ook duidelijk. Een orthodox-Joodse studente vertelde hoe ze net als mannen naar de jesjieve (Talmoedschool)  gaat om te leren. ’En als dat ergens niet kan, ga ik gewoon naar een andere jesjieve.’

Wat romantische schilderkunst, de film Anatevka en het Misjna-tractaat Pirke Avot met elkaar gemeen hebben? In ieder geval het construeren van een beeld van Joodse vrouwen en mannen dat niet de complexe en boeiende werkelijkheid weergeeft. De Jonge Judaici gaat het juist om het doorgronden van die complexiteit. Deze publieksmiddag gaf daar mooie voorbeelden van. En Voor wie deze middag gemist heeft: over de publieksmiddag van 2019 wordt al hard nagedacht. Houd de agenda dus in de gaten: https://jongejudaici.wordpress.com/

Tineke de Lange


  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.