Geplaatst op 12 januari 2026

Recensie van ‘Jesaja’

Het is bijzonder om te zien hoe een groep bijbelwetenschappers zich al sinds 1961 heeft verenigd om zich in te zetten voor de bestudering van de Hebreeuwse Bijbel in de joodse en christelijke tradities. Ze proberen jaarlijks één cahier uit te brengen waarin zij verslag doen van hun bevindingen. Eind vorig jaar verscheen nummer 38, gewijd aan de profeet Jesaja.

Door: Cor Sinnema

Het is een prachtig nummer met gedetailleerde deelstudies. Er komt van alles ter sprake: de spelling van het Hebreeuws, vraagpartikels, enkele afzonderlijke verzen, perikopen, een of meerdere samenhangende hoofdstukken en grote delen binnen het boek Jesaja. En de manier waarop Jesaja wordt geciteerd en opnieuw begrepen.

Dit cahier bevat tien hoofdstukken van elf auteurs, onder wie een duo. Vijf van hen zijn emeritus-hoogleraar en drie emeritus-predikant. Twee anderen hebben nog een leeropdracht als hoogleraar en een van hen is promovendus. Samen behandelen ze capita selecta van de 66 hoofdstukken waaruit het boek Jesaja bestaat. Kennis van het Hebreeuws en Grieks is natuurlijk wel handig, maar toch niet altijd per se noodzakelijk. Échte Hebraïsten zullen ervan genieten over een modale yiktol.

Het boek Jesaja is evenals vele andere geschriften van het Oude Testament niet het werk van individuele auteurs, maar van een hele reeks schrijvers, dichters en overleveraars, en een of meerdere redacteurs.

De eerste bijdrage van Ulrich Bergs gaat over het boek Jesaja als geheel. De theorie van drie auteurs/redacteuren wordt niet door iedereen onderschreven. De tegenstelling tussen de Deuterojesaja en Tritojesaja wordt verderop in het cahier zelfs bestreden. Bergs vergelijkt het boek Jesaja “met een literaire kathedraal, waaraan verschillende bouwmeesters gedurende meerdere eeuwen hebben bijgedragen”. We moeten niet vergeten dat woorden in tegenstelling tot stenen van betekenis kunnen veranderen als ze in een nieuwe context worden gebruikt. We zouden het boek Jesaja of beter sepher yeshayahu kunnen omschrijven als een verzameling woorden en tradities over diverse thema’s, concepten en motieven die aan een profeet worden toegeschreven.

Dieneke Houtman geeft in haar bijdrage een overzicht van joodse en christelijke interpretaties van de verzen 9:5-6, die bij christenen in de Kerstnacht klinken. Jammer dat voorgangers en predikanten met het cahier pas eind 2026 hun voordeel kunnen doen, want hoewel het vlak vóór Kerstmis verscheen, viel hij bij abonnees pas daarna in de bus. Deze tekst wordt steeds gelezen als een messiaanse verwachting, met een messiaanse figuur. Is het een erenaam of koning Hizkia? Het is duidelijk dat Jodendom en christendom in hun uitleg andere wegen zijn gegaan.

Daarna volgt een bijdrage van Klaas Spronk, die inzoomt op de concentrische structuur in de hoofdstukken 13 en 14 en daarbinnen op de verzen 12-14. Hij zoekt naar de mythologische achtergrond van een verhaalfiguur, i.c. de ‘koning van Babel’. Het lijkt erop dat het niet om een bepaald individu gaat, maar om een type, een mythologische figuur.

In de bijdrage van Adri van der Wal komen vier hoofdstukken 24-27 aan de orde, die een eenheid vormen omdat ze door een vergelijkbaar woordgebruik aan elkaar verbonden zijn. Het is een compositie van losse delen die tot een samenhangend geheel zijn gebundeld.

Tussen de twee grote delen waarin Jesaja kan worden opgesplitst gaapt een gat. Heel gedetailleerd gaat Archibald van Wieringen in op de overgang van hoofdstuk 38 en 39 naar hoofdstuk 40 over de tijd na de ballingschap. Het is een ‘complex hoofdstuk’, dat een belangrijke brugfunctie vervult om de sprong te wagen in God te blijven geloven.

Het woord ‘ebed JHWH’ komt veel voor in Jesaja. In de zesde bijdrage stelt het schrijversduo Haposan Cornelius Sinaga & Marjo Korpel dat de vertaling ‘slaaf’ of ‘slaafgemaakte’ in onze tijd niet meer voldoet, omdat de kenmerken van de ‘ebed JHWH’ nogal afwijken van hoe wij tegen slavernij aankijken. In de Bijbel gaat het ook om roeping en vorming, om dienen en liefhebben. Beter is het om het woord ‘dienaar’, ‘gezant’ of ‘ambassadeur’ te gebruiken.

Het valt Pieter Lugtigheid op hoe vaak JHWH zich in de profetenboeken Jesaja en Jeremia uitspreekt in vragende vorm. Het blijken vaak retorische vragen, maar ze hebben soms het karakter van ondervragingen en deze horen eerder in een rechtszaal thuis. Of beschuldigingen aan het adres van JHWH: dat Hij niet in staat ​​is om iets nieuws te scheppen in de menselijke geschiedenis. Het is te zien in Jeremia 2:5 en Jesaja 45:9-10.

Op grond van de godsspraakformules stelt Nico Riemersma voor om hoofdstuk 65 in drieën te verdelen. Het lijkt een antwoord op ‘het gebed van een boeteling’. Hij wijst op veranderingen in de woordvolgorde. Die hebben betekenis. Het gebruikte participium in het Hebreeuws van vs. 17 kan op verschillende manieren worden vertaald en levert telkens een ander accent op. Is de uitspraak van dit vers (‘Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’) het begin of het einde van een perikoop, wat is de context, kijken we naar chiastische structuur en de herhalingen?

Het Wijsheidsgeschrift Ben Sira (De Wijsheid van Jezus Sirach) citeert uit Jesaja. In zijn bijdrage laat Panc Beentjes zien hoe elementen uit bestaande bijbelse vertellingen ingevoegd worden in andere teksten waardoor nieuwe tekst ontstaat. Het geschrift bevat een reeks portretten over koningen van Juda, onder wie koning Hizkia. De auteur van dit geschrift speelt met de woorden die hij bij Jesaja heeft gevonden, soms wijkt hij ervan af en geeft ze nieuwe contexten.

Vanwege het hoge aantal aanhalingen in de evangeliën wordt het boek Jesaja wel eens het vijfde evangelie genoemd. In het laatste artikel bespreekt Wim Weren vier (van de elf) aanhalingen uit Jesaja in het evangelie van Matteüs. Door aanpassingen  hebben de vervullingscitaten een nieuwe betekenis, soms ook dubbele betekenissen, gekregen. Matteüs gebruikt Jesaja om zijn visie op Jezus te belichten.

Er worden door de auteurs verschillende vertalingen gebruikt. Naast NBV21 en de Naardense Bijbel zijn dit vaak ‘eigen’ verhelderende werkvertalingen. De vondsten in de afzonderlijke studies zullen op den duur wel hun weg gaan vinden in weer een nieuwe ‘Nieuwe’ vertaling. Voor wie volgt hoe wetenschappelijke inzichten ontstaan, is het cahier natuurlijk een must, voor de geïnteresseerde liefhebber is het stevige kost, maar door de beperkte omvang is het een genoegen om de bijdragen te bestuderen. Het cahier sluit af met korte samenvattingen, een uitgebreid tekstregister van 12 bladzijden en een overzicht van personalia.

In het Voorwoord spreken de drie redacteuren de hoop uit dat de artikelen in deze bundel inzichten en stof tot nadenken geven en dat ze helpen de aloude teksten nieuw te verstaan. In die opzet zijn ze wat mij betreft absoluut geslaagd. Ik vind het een prachtig nummer waarin duidelijk wordt dat wat op synchroon niveau is gevonden geïntegreerd wordt in een diachrone ontwikkeling. Het was geen straf om tijdens de koude dagen de studeerkamer te bezoeken en me te warmen aan deze studie.

Boekgegevens
Jesaja
, onder redactie van Marco Visser, Willien van Wieringen en Nico Riemersma, nr. 38 in de reeks Amsterdamse Cahiers voor Exegese van de Bijbel en zijn Tradities (ACEBT), Amsterdam, Uitg. Societas Hebraica Amstelodamensis, 2025, 126 blz. ISNB 9789083414737, € 26,95.

Cor Sinnema is permanent diaken in het bisdom ‘s-Hertogenbosch


  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.