Geplaatst op 19 november 2019

Schrijven over het onbeschrijfelijke – Primo Levi 

Primo Levi werd 100 jaar geleden geboren in Turijn, Italië, en groeide op in een geassimileerd Joods gezin. Hij merkte in zijn jeugd weinig van zijn ‘anders-zijn’, het enige verschil met katholieke vrienden was het ontbreken van een kerstboom in hun woonkamer. Dat begon te veranderen toen tijdens het bewind van Mussolini in 1938 de rassenwetten werden ingevoerd en het moeilijk werd een professor te vinden die hem wilde begeleiden bij zijn afstudeerproject in de scheikunde. Korte tijd na het behalen van zijn diploma sloot Levi zich aan bij een onbewapende verzetsgroep in de bergen rondom Turijn. De groep werd al snel gepakt en Levi bekende Joods te zijn, waarna hij via het Italiaanse kamp Fossoli naar Auschwitz werd gedeporteerd.

Door: Joyce Rondaij

Dagblad Trouw noemt in de 5 mei-editie van 2012 Levi’s boek over zijn gevangenschap in Auschwitz ‘het oerboek’ over het kamp. In Is dit een mens doet Levi verslag van de reis per trein, de aankomst en de dagelijkse gang in het kamp. Toen de bewakers aan het eind van de oorlog de opdracht kregen het kamp te ontruimen lag Levi in de ziekenbarak, en ontliep hiermee de ‘dodenmarsen’. Hij bleef met de andere zieken achter in het kamp tot de aankomst van het Sovjetleger. Hem wachtte een lange reis naar huis, waarover Levi verslag doet in het boek Het respijt. Levi’s schrijfstijl is analytisch; haarscherp beschrijft hij de gebeurtenissen in het kamp en de moedwillige degradatie van de gevangen tot wezens die de vraag oproepen: is dit een mens?

Maar hoe beschrijf je het onbeschrijfelijke, de vernietiging van alles wat menselijk is? Hoe beschrijf je een geheel onvrije wereld voor een lezer die daar geen weet van heeft? Een lezer die Levi toespreekt als: “Gij die veilig leeft / In uw beschutte huizen, / Gij die ’s avonds thuiskomt / Bij warme spijs en dierbare gezichten” (Is dit een mens, Amsterdam: Meulenhoff, 2014, p. 9). De Duitse filosoof Theodor Adorno zegt in zijn An Essay on Cultural Criticism and Society (1951) dat het onmogelijk is om poëzie te schrijven na Auschwitz. Volgens velen toont deze uitspraak hoe de Holocaust onze visie op kunst en literatuur voorgoed heeft veranderd: woorden hebben hun betekenis verloren, de Holocaust gaat alle verbeelding en taal te boven.

Deze visie weerhield Levi er niet van om zijn verhaal op te schrijven. Hij voelde een sterke innerlijke drang om ‘de anderen’, zij die niets wisten, er deelgenoot van te maken. Maar dat is niet het enige – alleen door kennis en begrip is volgens Levi een herhaling te voorkomen. Dat is de reden waarom Levi de woorden van Adorno corrigeerde: “het is een brutaliteit om poëzie te schrijven die niet over Auschwitz gaat.”

In La ricerca delle radici (De zoektocht naar de wortels), een bloemlezing uit 1981 die niet in het Nederlands vertaald is, behandelt Levi verschillende auteurs die allen geconfronteerd werden met extreme vormen van lijden en daarover geschreven hebben. Hij introduceert ze als zijn inspiratoren in het schrijven over het onbeschrijfelijke. Bijvoorbeeld Isaak Babel, die verhalen publiceerde over de Pools-Russische Oorlog van 1919-1921. Babel staat bekend om zijn eerlijke beschrijvingen van de wreedheden van die oorlog, die ook schokkend kunnen zijn voor de lezers. In dit verband vraagt Levi zich af hoe je kunt schrijven over extreem geweld en het lijden dat dit veroorzaakt. Volgens Levi is er een lijn die je niet over moet gaan, of je begaat een doodzonde en prostitueert het menselijk lijden. In Levi’s lezing zat Babel dicht bij deze lijn, maar overschreed hij hem niet; Babels compassie voor de mens weerhield hem hiervan. Levi eert in zijn bloemlezing ook Mario Rigoni Stern, die schreef over zijn ervaringen als sergeant in het leger van Mussolini. Levi waardeert hem om het vermogen zijn authenticiteit en waardigheid te bewaren in een zeer verwarrend tijdperk. Volgens Levi is het werk van Paul Celan het ultieme getuigenis van de onmogelijkheid om de ervaringen van de Holocaust in taal te vatten. Celan was gevangene in een werkkamp en kind van ouders die gedeporteerd werden naar een concentratiekamp. Maar ondanks het onvermogen van de taal, voelt de overlevende de imperatief om te spreken over de duisternis – een onoplosbare spanning.

De reden waarom Levi’s getuigenis een ‘oerboek’ genoemd kan worden is wellicht omdat hij de grens nooit overschreed wanneer hij over Auschwitz schreef. Schokkend zijn de beschrijvingen keer op keer, maar nooit bedoeld om sentiment op te roepen. Op heldere wijze beschreef hij wat hij zag, daarbij getuigend van compassie en menselijkheid. Wellicht is dat de enige manier om te schrijven over het onbeschrijfelijke.

Voorjaar 2020 hoopt Joyce Rondaij aan de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam te promoveren op een theologisch proefschrift over Primo Levi. Foto: Commons Wikimedia.


Postbus 13049
3507 LA Utrecht
T 030 2326931/2326925
E redactie@katholiekeraadjodendom.nl
zie ook: www.dagvanhetjodendom.nl

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.